Context

‘Context’ betekent in het algemeen de achtergrond of referentie van een idee, uitdrukking of gebeurtenis waaraan het zijn betekenis ontleent. Podiumkunsten staan niet los van de maatschappelijke achtergrond waarin ze ontstaan. De intentie en historische betekenis van een theatraal idee, uitdrukking of gebeurtenis kan dus pas begrepen worden door de kennis van de context van

Werkwijze

De term ‘werkwijze’ doelt op een (systematische) manier om iets te doen of uit te voeren. Ze verwijst naar de praktische toepassing van theoretische gedachten en methodes. Kenmerkend voor een werkwijze is dat ze een (meestal bewust gekozen) weerkerend kader biedt.            

Speel- of uitvoeringstechniek

‘Techniek’ in het algemeen betekent de beheersing van een herhaalbare, leerbare vaardigheid. In de context van de podiumkunsten kan dit gaan om maaktechnieken enerzijds en speel- of uitvoeringstechnieken anderzijds. De termen ‘speel- of uitvoeringstechnieken’ duiden bijvoorbeeld op de techniek om danspassen of contactimprovisatie uit te voeren, of om met marionetten of handpoppen te spelen. Anders

Scenografie

Scenografie is het ontwerpen van decor (in sommige gevallen inclusief belichting, rekwisieten, geluid) voor een theater- of dansstuk of tentoonstelling. Het is een van de onderdelen van het ‘podiumkunstwerk’.          

Regie

De algehele, artistieke leiding bij de vormgeving van een theaterproductie op basis van een regie-concept, door het voorstellen van, en het geven van aanwijzingen over de tekstbehandeling, de mise-en-scène, de kostumering, het decor, de belichting en overige middelen, zoals o.m. geluidseffecten. Uit: https://www.ensie.nl/begrippenlijst-drama/regie  

Receptie en publieksbeleving

‘Receptie’ beschrijft alle vormen van waarneming tijdens een opvoering, maar telkens ook de verwerking en interpretatie van deze waarnemingen door de recipiënt. Het kan hier gaan over de individuele waarneming door toeschouwers of critici, of over de waarneming door een grotere of kleinere groep. ‘Publieksbeleving’ staat voor de beleving door de toeschouwer of een groep van

Podiumkunstwerk

Het neologisme ‘podiumkunstwerk’ staat in nauwe relatie tot de begrippen ‘opvoering’ en ‘concept’. Het is doorgaans (maar niet noodzakelijk) meer uitgewerkt en gedetailleerd in zijn instructies en voorschriften dan het concept. Het staat als abstract werk anderzijds wel los van tijd en ruimte, in tegenstelling tot de opvoering. Het ‘podiumkunstwerk’ omvat alle door de kunstenaar(s)

Opvoering

Met opvoering wordt een unieke gebeurtenis beschreven, waarvoor twee groepen van personen op een bepaalde plek tegelijkertijd samenkomen en een situatie samen beleven, waarvoor ze –  soms wederzijds – als acteur en toeschouwer handelen. (vrij vertaald uit Fischer-Lichte, Erika: “Aufführung”, in: Theaterlexikon, Stuttgart, 2005, p. 16-26) De opvoering is erg belangrijk voor het ‘podiumkunstwerk’, omdat

Ongeschreven tekst

Hiermee worden gesproken teksten bedoeld die deel uitmaken van een ‘podiumkunstwerk’ en niet ergens opgeschreven (theatertekst, drama) staan, maar bijvoorbeeld geïmproviseerd worden of uit improvisatiesessies zijn ontstaan.        

Oeuvre

Het Franse woord ‘oeuvre’ betekent ‘werk’ maar wordt in het Nederlands gebruikt voor de verzameling van werken die een kunstenaar of kunstenaarsgroep gedurende zijn/hun loopbaan heeft gecreëerd. In een engere zin kan oeuvre ook worden gebruikt om enkel de samenhangende, met elkaar in verband staande werken van een kunstenaar of kunstenaarsgroep aan te duiden. ‘Oeuvre’