CASE: Hoe kabinet k verschillende doelen bereikt door het creatieproces te documenteren

Auteur: Elisabeth Hirner, 2018

 

Dansgezelschap kabinet k creëert stukken met professionele dansers en kinderen. Door de jaren heen hebben ze een unieke manier ontwikkeld om documentatie in te zetten voor hun creatieproces en gelijktijdig hun werkwijze en de choreografie van elk stuk te documenteren. Foto`s en filmopnames van de repetities dienen als materiaal voor beslissingen tijdens het creatieproces. Not(a)(i)ties in regie- en de door dansers gebruikte notitieboeken fungeren, samen met foto`s, als geheugensteun. Op latere tijdstippen worden deze verschillende documenten voor educatie, kennisopbouw of –deling evenals voor artistiek hergebruik ingezet en in het archief van de gezelschap opgenomen.

kabinet k ‘invisible’ ©Kurt Van der Elst

Bijhorende tool(s): documenteren van een creatieproces naar het model van kabinet k

Werking kabinet k – creatieproces

Kabinet k (Joke Laureyns en Kwint Manshoven) maakt sinds 2002 dansvoorstellingen met professionele dansers en kinderen tussen 8 en 12 jaar voor jong en ouder publiek. Op hun webpagina vind je meer informatie over hun werkwijze.

Meestal danst Kwint Manshoven zelf mee en blijft Joke Laureyns buiten de scène. De choreografie ontstaat tijdens het creatieproces uit speelse opdrachten die Laureyns en Manshoven aan de dansers geven. Voor de uitwerking van de opdrachten vertrekken ze van een thema en gebruiken ze een uitgekiend vocabulaire dat de kinderen (en dansers) aan het bewegen zet.

Een grote rol in het creatieproces spelen de verschillende media die kabinet k gebruikt om delen van de repetities op te nemen en te herinneren. Documenteren en creëren gaan in deze zin hand in hand en volgen elkaar. De tijdens het creatieproces aangemaakte documenten worden in latere fases van een productie ook voor andere doelen, zoals kennisopbouw en educatie, gebruikt. Bijkomend laat kabinet k van elk stuk een professionele videocaptatie maken, inclusief trailer en teaser die voor communicatie en promotie worden verspreid.

Media gebruikt voor het documenteren

Ook al wordt dit niet expliciet zo benoemd, het aanmaken van documenten als geheugensteun of hulpmiddel bij de creatie kan worden beschouwd als ‘documenteren’.

kabinet k gebruikt hiervoor de volgende media:

  • video: alle improvisaties tijdens de repetities worden met video opgenomen
  • foto: Tijdens de repetities neemt een externe fotograaf eveneens foto`s
  • notatie (tekst): Laureyns en Manshoven stellen een vocabulaire voor de improvisatie ter beschikking. Dit is terug te vinden in de regieboeken die Laureyns voor elke productie aanlegt.
  • notities (tekst en teken): De dansers en de teamleden worden eveneens aangespoord om persoonlijke notities (in tekst- en tekenvorm) te nemen in ter beschikking gestelde notitieboeken.

Alle media kunnen diverse doelen dienen, afhankelijk van de fase waarin ze worden gebruikt en de kwaliteiten die kabinet k bij de dansers wil stimuleren.

Documenteren genereert werkmateriaal

Foto`s en video opnames als creatie-materiaal

kabinet k werkt bijna voor elke productie samen met fotograaf Kurt Van der Elst. Elke improvisatie wordt op video opgenomen. Laureyns en Manshoven gebruiken de foto`s en video opnames op een systematische manier tijdens het creatie- en repetitieproces. Ze zijn een instrument voor de twee artistieke leiders Manshoven en Laureyns om samen beslissingen te nemen over het verdere verloop van de creatie door ze later samen te bekijken en ook Manshoven in het perspectief van een “outside eye” te plaatsen. Vervolgens bouwen ze samen de choreografie op basis van diverse scènes.

Documenteren genereert geheugensteun

Foto`s

Zodra er nieuwe foto’s zijn gemaakt, komt de ploeg samen om de sfeer van bepaalde scènes opnieuw op te zoeken. Fotografische opnames hebben een kwaliteit die kabinet k verkiest boven die van videobeelden. Ze zijn statisch en geven een specifiek moment in een bewegingsfrase weer. Dit verhindert dat de aandacht uitgaat naar het technische herhalen van de beweging. Foto’s verleggen de focus naar specifieke momenten.  De dansers werken naar die momenten toe en zoeken specifieke accenten in de beweging. Deze aanpak zet de beeldende kwaliteit van dans in de verf.

De foto`s beïnvloeden de uitgewerkte choreografie soms heel sterk. Op een persbeeld van het stuk rauw uit 2013 trekken twee van de kinderen telkens aan een arm van Kwint Manshoven, terwijl hij op een matras ligt. Ze kregen tijdens een improvisatie de opdracht hem van de matras te trekken. Dit beeld werd gepubliceerd in De Standaard. Ook de kinderen zagen dit en sindsdien werd dit gecapteerde moment een vast onderdeel van hun geïmproviseerde scene. Zo leerde kabinet k dat de foto`s voor de kinderen (en ook voor volwassen professionele dansers) herkenbare ankerpunten kunnen bieden binnen een improvisatie. kabinet k gebruikt deze ontdekking bewust omdat het een positieve impact heeft op de creatie. Met de jonge dansers wordt dit effect niet besproken.

kabinet k ‘rauw’, Kurt Van der Elst

Video-opnames voor analyse en reconstructie van beweging

Voor de analyse van complexe bewegingsfrases zijn de videobeelden eveneens erg nuttig. Na de fase van de improvisaties, waarin de structuur en de hoogtepunten worden vastgelegd, wordt de bewegingstechniek die gespecifieerd. De aaneenschakeling van de bewegingen wordt verfijnd en gepreciseerd met oog op de herhaalbaarheid ervan. Dan kijken alle dansers (ook de kinderen) samen naar de video`s en analyseren ze hoe een complexe choreografische frase was opgebouwd. Hun herinnering biedt de kinderen niet voldoende basis om af te leiden hoe ze tot dit resultaat kwamen. In plaats van de bewegingen opnieuw te construeren wordt daarom voortgewerkt met wat al werd gedocumenteerd. Door te veel uit te leggen verliest de beweging in de repetitie immers aan kwaliteit. Omdat een video-opname zonder woorden een veelheid aan informatie meegeeft, is het gebruik ervan, in de ervaring van kabinet k, een grote meerwaarde en tijdsbesparing.

Notities

Aan het begin van het creatieproces krijgen de dansers notitieschriften en wordt hen gevraagd zelf notities te nemen tijdens de repetities. Elk van hen heeft een eigen manier om de bewegingen en afspraken te onthouden. De notities en tekeningen weerspiegelen deze verschillen. Eén van de kinderen structureert de bewegingen met nummers, een ander schrijft de emoties op die haar helpen om de scène te spelen. Sommige kinderen tekenen de belangrijkste poses of ruimtelijke verhoudingen. De professionele dansers noteren meestal de volgorde van de frases, de instructies van de choreografen en de associaties in één of andere combinatie. De teamleden mogen kiezen op welke manier en met welke intensiteit ze noteren. In het zelfgemaakte programmaboek voor invisible publiceert kabinet k enkele van de tekeningen maar zonder verdere uitleg.

Documenteren genereert hulpmiddelen na het creatieproces

De foto`s van het creatieproces worden in latere fases als promomateriaal voor het dansstuk (‘podiumkunstwerk’) ingezet.

Laureyns en Manshoven vonden een methode om een sessie uit het creatieproces van kabinet k te reconstrueren. Uit zo’n reconstructie puren ze kennis en hulpmiddelen om bepaalde resultaten met kinderen te bereiken. Zo kunnen ze achterhalen welke weg ze hebben afgelegd om tot een scene te komen en deze kennis hergebruiken.

De reconstructiemethode maakt gebruik van de drie verschillende informatiebronnen:

1.     de opdrachten die door Laureyns en Manshoven werden gegeven;

2.     de notities van Laureyns en Manshoven tijdens de repetities

3.     de video opnames van de repetities

De reconstructie van het creatieproces is erg nuttig voor een hercreatie (zoals in het geval van Horses, dat in Tunis opnieuw wordt gecreëerd met lokale dansers en muzikanten) en voor educatieve doeleinden. kabinet k wordt namelijk regelmatig uitgenodigd om over hun werkwijze lezingen of workshops te geven.

Voor de hercreatie van Horses raadpleegde kabinet k vooral de regieboeken van de oorspronkelijke creatie in 2016, niet zozeer de videobeelden. Dit hielp om een parameter voor de timing van de korte repetitieperiode te bepalen. Ze konden zich concentreren op het proces dat de deelnemers doorlopen, omdat de stappen van dat proces al gekend waren.

Het is belangrijk te vermelden dat de improvisaties niet rechtstreeks resulteren in scènes van een stuk. In lezingen besteedt Laureyns veel aandacht aan het uitleggen van hun methode met hulp van praktische voorbeelden:

“Ik heb er echt kunnen zeggen hoe een scène is ontstaan […] Ik kon zeggen: “Ja, dat was de allereerste keer dat ik Yolan iets “wolfachtig” zag doen in een improvisatie. En ik weet wat er op zijn instructie stond en hoe de improvisatie verliep. Iedereen had een heel andere instructie gekregen. En dan zie je mij zitten met mijn groot blad waarop ik dingen schrapte en in een andere volgorde zette. En dan zie je tijdens de improvisatie de ene keer iets waardoor je zo op een trip geraakt, waarin Yolan iets deed dat op een soort van springen leek, en dan zie je de muziek daar onder schuiven en dan zie je wat het is [kan worden] als scène. Zo drie, vier stappen om tot iets te komen […]. Die stappen representeren niet per se waar het eindbeeld voor staat. Maar je ziet wel hoe je de instructies kan inzetten en naar een resultaat […], in een context kan dwingen […].”(Interview met Joke Laureyns door Elisabeth Hirner, hetpaleis, Antwerpen, 24 april 2018)

Door het externaliseren van hun werkwijze voor educatieve doelen heeft Laureyns haar eigen praktijk bereflecteerd en zelf op een andere manier begrepen. Door het verwoorden van haar praktijk wordt de impliciete kennis expliciete kennis, die gedeeld kan worden.[1] De principes van de werkwijze van kabinet k krijgen tijdens dit expliciteringsproces een naam en worden, aldus Laureyns, weer “mee naar de studio genomen”.

kabinet k deelt zijn werkwijze van instructies, improvisaties en het ombuigen en omvormen van het gegenereerde materiaal tot scenes graag met andere kunstenaars. Desondanks kan hun methode volgens Manshoven en Laureyns niet worden doorgegeven zonder dat minstens één van hen aanwezig is. In hun visie gaat het immers niet zo zeer over de opdrachten op zich maar om de energie en de sfeer die de opdrachten creëren. Het ‘recept’ of de ‘formule’ alleen is slechts een basis. Het is pas vanuit de praktijk dat er iets artistieks kan ontstaan. Anderen komen met dezelfde opdrachten dan ook op andere eindpunten uit, aldus Laureyns.

kabinet k wil hun werkwijze met andere kunstenaars delen om hen te inspireren om zelf aan de slag te gaan en een ‘eigen stem’ te ontwikkelen. Deze ‘eigen stem’ zal het werk sterker maken, niet zwakker dan het ‘origineel’ waarvan ze de creatiemethode hebben gevolgd.

Documenteren genereert een basis voor nieuwe of afgeleide projecten

Het materiaal dat door het documenteren van het creatieproces van invisible ontstond vormde de basis voor een door kabinet k zelfgemaakt programmaboekje en werd door de uitnodigende instelling hetpaleis in nieuwe educatieve projecten verwerkt.

Zo maakte het paleis een installatie waarin je, gerelateerd aan invisible, een workshop rond het thema ‘rituelen’ kan volgen. Volgens Laureyns vormt de installatie ook een goede documentering van het dansstuk (‘podiumkunstwerk’) überhaupt en ontsluit ze hun werking voor een jong publiek.

Op de online educatief platform van hetpaleis, Spot on worden de principes van invisible en van de improvisatietechniek van kabinet k op een speelse manier voorgesteld. Het platform is bedoeld om het publiek (in de eerste plaats kinderen) te bereiken en aan te spreken. Dit platform vervangt de vroegere ‘lesbrief’ die vóór het theaterbezoek met de klas aan leerkrachten werd verstuurd.

Conclusie

Documenteren tijdens een creatieproces (voor het faciliteren van het artistiek proces en als geheugensteun) is een organisch gegroeid onderdeel van de werking van kabinet k. Een veelheid aan manieren om te documenteren (audiovisueel, fotografisch, notatie) creëert documenten die voor verschillende doelen worden gebruikt. De bruikbaarheid van de documenten voor kennisopbouw of –deling, educatie, artistiek hergebruik en archiefaanleg werd achteraf voor de artistiek leiders Laureyns en Manshoven duidelijk en biedt een grote meerwaarde. Er is een brede waaier aan mogelijkheden om de documenten blijven in te zetten.

[1] Wat danswetenschappers Catherine Stevens en Shirley McKechnie als “declarative knowledge” benoemen. Uit: Karreman, Laura: The Motion Capture Imaginary: Digital renderings of dance knowledge. Phd dissertation. Ghent University, 2017. p. 82.